Nota innovatie
08-05-2018

Nota innovatie

Binnen de sector wordt, via een werkgroep, nagedacht over de toekomst van de handel in stookolie. Er werd reeds onderzoek gedaan over de elementen die de marktvraag naar stookolie beïnvloeden. Op basis hiervan werd bekeken welke antwoorden de sector hierop kan bieden. Deze zaken werden gebundeld in een nota.

Deze nota kadert in de werkgroep rond innovatie (vergaderingen van 4 mei en 23 oktober 2017). De paritaire werkgroep innovatie werd opgericht op 16 december 2016 in de schoot van het Sociaal Fonds Brandstoffen.

 

Oorspronkelijke CAO: Collectieve Arbeidsovereenkomst van 12 december 2014 betreffende een model voor rapportering inzake innovatie: “Alvorens initiatieven rond innovatie uit te werken, zal de sector eerst een grondig onderzoek doen naar mogelijke verbeterpunten. Daarom zal de sector, uitgaande van het probleem van een dalende marktvraag, volgende stappen ondernemen”:

 

Op 19 september 2017 werd een nieuwe CAO inzake innovatie afgesloten. Er werd afgesproken om tweejaarlijks een verslag op te maken van de werkzaamheden rond dit thema.

 

A. ELEMENTEN DIE DE MARKTVRAAG BEÏNVLOEDEN

 

Er kunnen verschillende elementen onderscheiden worden die een invloed hebben op de (toekomstige) marktvraag.

 

1. Imago van eindige en vervuilende brandstof

Ten eerste heeft stookolie het imago van eindige en vervuilende fossiele brandstof. Stookolie heeft vaak af te rekenen met vooroordelen en die zijn behoorlijk hardnekkig. Zo wordt er weleens gesteld dat de oliereserves over enkele jaren zo goed als uitgeput zullen zijn. Verder draagt stookolie het stigma niet goed te zijn voor het milieu. In combinatie met het groeiend klimaatbewustzijn van de burger kan dit zorgen voor een dalende marktvraag.

2. Concurrentie van de aardgasmarkt

Een belangrijke oorzaak van de dalende marktvraag is de stijgende concurrentie van andere energieleveranciers. De voornaamste concurrent is, hoofdzakelijk in stedelijke gebieden, de aardgasmarkt. Daarnaast zal de keuze van de brandstof ook sterk afhangen van de prijsevoluties en de eventuele fiscale wijzigingen. Hierdoor is het moeilijk om te voorspellen welke brandstoffen er over enkele jaren populairder zullen zijn. Door de fluctuerende prijzen bestellen veel klanten ook kleinere hoeveelheden (500-750 liter) en wachten ze tot het laatste moment om te bestellen. Er is in elk geval een daling van de populariteit van fossiele brandstoffen, wat sterk gelinkt is aan het stijgend milieubewustzijn.

3. Verschillende overheden vormen een bedreiging

 

Ten derde vormen verschillende overheden een bedreiging voor de fossiele brandstoffen en stookolie in het bijzonder.

 

Europees

 

De Europese Unie zet de markt onder druk omwille van de wereldwijde klimaatdoelstellingen. Daarnaast worden de Europese normen voor de energieprestaties van gebouwen steeds strenger, zodat de hoeveelheid energie die nodig is om een gebouw te verwarmen steeds daalt. Dit kan zorgen voor kleinere volumes.

 

Federaal

 

Op federaal vlak heeft stookolie te kampen met een gebrek aan fiscale neutraliteit. Gezinnen die zich met stookolie verwarmen worden tot 75% zwaarder belast dan gezinnen die zich met aardgas verwarmen. Bovendien kunnen sedert 1 januari 2016 bedrijven met een

“energiebeleidsovereenkomst”, een “accord de branche” of een gelijkaardige overeenkomst

enkel voor aardgas genieten van een lager accijnstarief (0,54 EUR/MWh), wat minder dan 1/3

is van het op stookolie verschuldigde accijnstarief.

 

Regionaal

 

Op het vlak van de Vlaamse regering staat het uitwerken van een coherent klimaat- en energiebeleid sinds de klimaattop in Parijs hoog op de beleidsagenda.  Ook hier is vast te stellen dat stookolie eerder stiefmoederlijk wordt behandeld. De heersende negatieve perceptie rond stookolie kwam eind 2016 nog tot uiting in het Vlaams Parlement, bij de goedkeuring van de “resolutie betreffende een sterk Vlaams klimaatbeleid”. Daarin wordt gewag gemaakt van een duidelijk afbouwscenario voor verwarmingsketels met fossiele brandstoffen, in een eerste instantie met betrekking tot steenkool en stookolie. Ook in Wallonië en Brussel zijn er gelijkaardige tendensen.

 

In het ontwerp van Energiepact dat de vier bevoegde ministers voor Leefmilieu eind 2017 hadden opgesteld, is een verbod op de plaatsing van nieuwe verwarmingsketels die op stookolie werken voorzien vanaf 01.01.2035. 

 

4. Stijgend rendement van stookolietoestellen

 

Ten vierde zal ook het stijgend rendement van stookolietoestellen zorgen voor een verminderde marktvraag. Het aanmoedigen van de vervanging van oude stooktoestellen door moderne, energiezuinige ketels – al dan niet in combinatie met hernieuwbare energieën – zal de vraag naar

stookolie doen dalen. Aan de andere kant is net dit stijgende rendement uiteraard een troef om mensen te overtuigen om te kiezen voor stookolie (zie verder).

 

5. Het programmacontract en de beperkte marges

 

Tot slot is er het probleem van het programmacontract. De programmaovereenkomst legt de methode vast voor de berekening van de maximumprijzen van de petroleumproducten. Hij legt dus een plafondprijs vast, terwijl de prijs van petroleumproducten zeer volatiel is en de distributiemarge vaak ontoereikend is om een sterke stijging van de prijzen op de internationale markt op te vangen, waardoor de handelaar genoodzaakt is met verlies te verkopen.

 

B. HOE WIL DE SECTOR HIEROP EEN ANTWOORD BIEDEN?

 

1. Huidige rol van stookolie en het bestaande distributienetwerk

 

Men dient te benadrukken dat de rol van stookolie nog lang niet is uitgespeeld. Vandaag worden nog steeds 34 procent van alle familiale woningen in België — 1,6 miljoen woningen — verwarmd met stookolie. Rond stookolie bestaan een aantal wijdverspreide misvattingen, die uitgaan van een achterhaalde kijk op energieprestaties en impact op het milieu. Op beide vlakken heeft de sector in de afgelopen decennia een enorme evolutie doorgemaakt. Omwille van de vele gebruikers is vandaag de dag uiteraard een performant distributienetwerk beschikbaar.

 

2. Stijgend rendement van stookolietoestellen

 

De sector dient te wijzen op het stijgend rendement van stookolietoestellen en de daarbij horende betere Europese energielabels. Het rendement van stookolietoestellen neemt in snel tempo toe. De superzuinige ketel/branders van de nieuwste generatie zorgen ervoor dat er uit elke druppel stookolie het maximum wordt gehaald. De Europese energie-efficiëntierichtlijn deelt verwarmingstoestellen in een bepaalde klasse in. Het bijbehorende label geeft aan hoe efficiënt een verwarmingstoestel warmte produceert. De toestellen die vandaag op de markt komen, voldoen ruimschoots aan de nieuwe Europese richtlijn. Vandaag is een breed aanbod aan verwarmingstoestellen op stookolie met A-label verkrijgbaar. Als gevolg van deze technologische innovaties is het verbruik per huishouden sinds 1990 met 30% gedaald. In de afgelopen dertig jaar is, door de steeds toenemende efficiëntie van stookolieinstallaties in combinatie met betere isolatie, het gemiddeld jaarlijkse gezinsverbruik van stookolie gehalveerd van 5.000 naar 2.500 liter.

 

Een andere reden voor de potentiële verbeterde energieprestaties is het feit dat de helft van de huishoudens die nog verwarmen met stookolie een stookolieketel hebben die ouder is dan 15 jaar. Volgens onderzoek overweegt bijna 4 op 10 onder hen die ketel te vervangen door een energiezuinige ketel. De stookolieketels van de nieuwste generatie bieden dus zeker een antwoord op de renovatieplannen van de Belg.

3. Optimalisatie van bestaande installaties

 

Een regelmatig onderhoud en een goede afstelling van bestaande installaties kan ook nog een duidelijke energiebesparing opleveren. Er zijn veel tips beschikbaar om het beste uit een bestaande installatie te halen, met aandacht voor het milieu. Ook de gebruikte brandstof is hierbij van belang.  Bijvoorbeeld door gasolie extra of stookolie met additief te gebruiken, wordt de roetafzetting aan de binnenkant van de ketel beperkt, wat de efficiëntie ervan sterk doet toenemen.

 

4. Productinnovatie

 

De sector moet ook duidelijk maken dat het blijvend inzet op productinnovatie inzake stookolie zelf. Zo werd het zwavelgehalte in stookolie verlaagd van 1000 ppm (deeltjes per miljoen) naar 50 ppm. Voor gasolie extra is het zwavelgehalte maximum 10 ppm. En dat betekent minder emissie, minder afzetting in de ketel en een beter rendement. De zuiverheid van de stookolie is ook continu verbeterd. Producten zijn lichter geworden en hebben betere verbrandingsmogelijkheden. Er worden tenslotte ook additieven toegevoegd om een optimale verbranding mogelijk te maken.

 

5. Duidelijke en op voorhand gekende prijzen

 

Een ander voordeel van stookolie is dat de prijs steeds op voorhand gekend is en je kan bestellen wanneer het je het voordeligst uitkomt. De officiële maximumprijs én de vrije markt beschermen je koopkracht. Je slaat je eigen voorraad stookolie op en met peilmeter kan je je verbruik opvolgen. Op je factuur vind je enkel de kostprijs van de door jou aangekochte hoeveelheid stookolie terug. Die is gebaseerd op de dagprijs zoals je die met je leverancier hebt vastgelegd bij de bestelling. Je betaalt dus niet voor aansluitings-, beheers- of meterkosten en je bent ook niet afhankelijk van een netwerk of één leverancier. Bovendien kan je betalen met de formule die bij je past, maandelijks gespreid of liever contant bij levering.

 

6. Veilige brandstof

 

Daarnaast is stookolie een uitermate veilige brandstof. Stookolie ontploft niet en ontbrandt niet onder de 55°C. Bovendien is de kans op CO-vergiftiging bij stookinstallaties op mazout nagenoeg onbestaande. <s></s>

                                    

7. Bevoorradingszekerheid en competitief netwerk van verdelers

 

Gebruikers hebben door de jaren heen kunnen vaststellen dat stookolie een betrouwbare, efficiënte en veilige energiebron is. Het is de enige energiebron die op goedkope wijze kan worden opgeslagen, getransporteerd en geleverd door een competitief distributienetwerk van verdelers. Daarnaast is het ook de enige vorm van energie waarvan een reserve voorhanden is, en dit zowel bij individuele consumenten als gecentraliseerd door de overheid.

 

8. Stookolie als deel van de energiemix

 

De technologische evoluties in de sector maken het mogelijk om de uitstoot van broeikasgassen drastisch te verminderen en een doorgedreven introductie van hernieuwbare energiebronnen financieel haalbaar te maken, zonder de bevoorradingszekerheid in gevaar te brengen. Traditionele energiebronnen zullen nog geruime tijd nodig blijven om de tekortkomingen van de hernieuwbare energiebronnen te compenseren en de gebruiker te verzekeren van een continue en kosten-optimale bevoorrading. Dat stookolie daarin belangrijk is, hoeft nauwelijks betoog.

                                                     

Verwarming met stookolie is perfect combineerbaar met een gedecentraliseerde productie op basis van hernieuwbare energiebronnen. Via radiospotjes en advertenties introduceert Informazout de verschillende combinaties die er voorhanden zijn: stookolie en zonnepanelen, stookolie en een warmtepomp, stookolie en een zonneboiler, … Er is met andere woorden voor elk wat wils – je kiest een pakket dat niet alleen perfect bij je behoeften aansluit, maar dat ook zuinig, innovatief en milieuvriendelijk is.

 

9. Vermijden van overbelasting elektriciteitsnet

 

Door stookolie in de energiemix te houden, vermijdt men een overbelasting van het

elektriciteitsnet die een massale overschakeling van netgebonden verwarmingssystemen

(bijv. warmtepompen) onvermijdelijk met zich meebrengt. Nu België steeds meer afhankelijk is van de import van elektriciteit uit het buitenland, kan men daar best rekening mee houden. Om alle verwarmingsinstallaties op stookolie te vervangen door warmtepompen is een bijkomende capaciteit in Vlaanderen nodig van 1.400 MW, wat overeenkomt met drie tot vier elektriciteitscentrales. Aangezien hernieuwbare energiebronnen niet volstaan om deze productie te verzekeren (hoofdzakelijk in periodes met minder wind en zon), moeten hiervoor extra fossiele energiebronnen worden aangewend. In se komt het erop neer dat het probleem van de CO2-uitstoot niet wordt opgelost, maar verschoven of zelfs versterkt wordt. België dient aardolie dus als een volwaardige energievorm op te nemen in de energiemix teneinde de bevoorradingszekerheid van het land veilig te stellen.

 

10. Belang van een technologie-neutrale aanpak

 

Om de innovaties (bijv. ontwikkeling van steeds performantere stooktoestellen) niet te remmen, is het belangrijk dat de overheid steeds een technologie-neutrale aanpak hanteert en de ene fossiele brandstof niet discrimineert t.o.v. een andere. Indien de overheid toch discriminerend zou optreden, zal de industrie niet langer investeren in innovaties m.b.t. de betrokken energievector, waardoor heel wat besparingspotentieel verloren dreigt te gaan.

 

Er moet dus gelijkheid van behandeling zijn tussen aardgas en stookolie. Elektriciteit dat in een bestaand gebouw een installatie met fossiele brandstof zou vervangen is even nadelig zowel voor de uitstoot als voor de piekbelasting van het netwerk. Dit geldt ook voor warmtepompen die in de winter zeker niet performant zijn.

 

11. Principe van rationeel energiegebruik en de levenscyclusanalyse

Van groot belang, ten slotte, is het principe van rationeel energiegebruik als basis te gebruiken. Consumenten moeten bewust gemaakt worden om een totaalbeeld voor ogen te houden over hun energiegebruik, en zo kunnen ze tot het inzicht komen dat stookolie hierin zeker een rol kan spelen.

Om een genuanceerd en realistisch beeld te krijgen van de milieueffecten, moeten we de uitstoot van broeikasgassen gedurende de volledige levenscyclus van de brandstof in rekening brengen, vanaf de ontginning tot en met de eindverbranding. Deze benadering, ook wel de ‘levenscyclusanalyse’ (LCA) van stookolie en aardgas in verwarmingstoepassingen genoemd, werpt een heel ander licht op de zaak.

Wanneer we dit totaalplaatje bekijken en ook de broeikasimpact die aan de eindverbranding voorafgaat in rekening brengen, blijkt dan ook dat de broeikasgasimpact over een volledige levenscyclus van stookolie en aardgas zeer vergelijkbaar is.

C. BESLUIT

 

Stookolie blijft absoluut noodzakelijk voor een evenwichtige energiemix in de toekomst. De

bevoorradingszekerheid, de gemakkelijke stockage (voorraden) en de betaalbaarheid van

deze energiebron zijn onmiskenbare voordelen die gevaloriseerd dienen te worden.

 

Verwarmen met stookolie kan bovendien perfect samengaan met een gedecentraliseerde

productie op basis van hernieuwbare energie, wat leidt tot aanzienlijke CO2-

reducties. Hetzelfde geldt overigens voor de toevoeging van duurzame, hernieuwbare

energieën aan fossiele motorbrandstoffen.

 

De technologische evoluties in de sector maken het namelijk mogelijk om de uitstoot van broeikasgassen drastisch te verminderen en een doorgedreven introductie van hernieuwbare energiebronnen financieel haalbaar te maken, zonder de bevoorradingszekerheid in gevaar te brengen. Als we met zijn allen de klimaatdoelstellingen willen halen, moet ook stookolie zijn steentje bijdragen. Cruciaal daarbij zijn de vervanging van oude ketels en de combinatie van stookolie met hernieuwbare energie.

 

In tijden van crisis en strenge budgettaire keurslijven, dienen de overheden de meest kosten-efficiënte beleidskeuzes te maken om naar een koolstofarme verwarming te gaan. Het behoud van stookolie in de energiemix kan er mee voor zorgen dat de klimaatdoelstellingen gehaald worden, en dat op een betaalbare manier, voor overheid én consument.