Looncomponenten

Functieclassificaties

De minimum- en werkelijk uitbetaalde lonen worden eenmaal per jaar geïndexeerd. Deze indexering gebeurt op 1 januari op basis van de afgevlakte gezondheidsindex van november van het afgelopen jaar.

 

 

De bovenstaande uurlonen zijn minimumlonen. 


* Aan de tankwagenchauffeur voor beleveren van tankstations - klasse III, PC127-004- worden twee bijkomende premies toegekend: 

  • Een premie voor ploegenarbeid van € 0,50 per uur.
  • Een financiële vergoeding in geval van nachtarbeid voor nachtprestaties verricht tussen 20 en 6 uur. Onder de volgende voorwaarden: De werknemers die uitsluitend prestaties verrichten tussen 6 en 24 uur, alsook diegenen die gewoonlijk beginnen te werken vanaf 5 uur zijn evenwel uitgesloten van deze vergoeding.Het bedrag van deze vergoeding op 1 maart 2020 is 1,22 euro per uur voor werknemers minder dan 50 jaar en 1,46 euro voor werknemers vanaf 50 jaar. Het wordt gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen.

ARAB-vergoeding

De ARAB-vergoeding is een forfaitaire compensatie van kosten die door het rijdend personeel worden gedaan buiten de zetel van de onderneming (zoals sanitair bezoek, drank, eten,…).  De ARAB-vergoeding in PC 127 bedraagt momenteel € 1,3155 per uur (zowel bij arbeidstijd als aanwezigheidstijd), en wordt door de werkgever betaald.
 

Verblijfsvergoeding

Een forfaitaire verblijfsvergoeding van € 37,5696 (grote verblijfsvergoeding) wordt per begonnen schijf van 24 uren toegekend aan de arbeiders, wanneer zij uit noodzaak van de dienst verplicht zijn om hun dagelijkse en/of wekelijkse rust te nemen buiten hun woonplaats of buiten de in hun arbeidsovereenkomst voorziene arbeidsplaats.
In de volgende gevallen wordt het bedrag van de forfaitaire verblijfsvergoeding beperkt tot € 15,1111 (kleine verblijfsvergoeding):

  • Voor de eerste dagelijkse rust, wanneer de samengestelde arbeids- en beschikbaarheidstijden, voorafgaand aan bedoelde rust minder bedragen dan 8 uren, voor zover ze geen deel uitmaakt van een meerdaagse reis.
  • Wanneer de uithuizigheid minder bedraagt dan 24 uren en het slechts één enkele dagelijkse rust betreft.
  • Indien de werknemer kan aantonen dat de reële kosten deze bedragen overschrijden.